Alles leek hem tegen te zitten. Hij was wit, klein (formaat schoothondje) en had ook nog eens van die verwijfde lange sprietharen. Hoe kon iemand hem ooit series nemen? Als reu natuurlijk, maar meer in het algemeen als hond? Reu: een stevig, kort woord wat zou moeten staan voor robuust, een indrukwekkende verschijning die als vanzelf respect afdwingt. Hij was niets van dat alles en had al snel de bijnaam Zwabber. Als pup noemde iemand hem op de hei zelfs ‘een verlichte geest’. Hij had dan ook zo'n heerlijk huppeltje waarbij hij zijn voorpoten als een gedresseerd paard naar voren gooide. De blijheid straalde er altijd vanaf. Al snel zouden wij erachter komen dat hij een karakter had waar niemand omheen kon. Hond noch mens. Voor niets en niemand was hij bang. Hoe groter de hond, hoe groter de uitdaging om ermee te spelen. Ging het te ruig, dan werden de spelregels nog eens even opnieuw uitgelegd. Beschermen hoefden we hem maar zelden. Hij stond duidelijk zijn mannetje en piepte niet gauw. Ontelbaar zijn de keren dat we met een zwart hondje thuis kwamen omdat hij weer eens chronisch in de bek van een herder had gezeten terwijl hij met zijn rug door het stof werd gehaald. Altijd lag hij onderop, met zijn lange haren onder diens voorpoten vastgepind op de grond. Maar nooit opgeven.

Ons leerde hij dat zijn kracht vooral zat in het feit dat hij heel precies wist aan te geven wat hij wel en niet wilde of wat hij nodig had. Hij gebruikte daarvoor niet de gangbare methoden als blaffen of bedelen, maar op de één of andere manier was er gewoon altijd contact. Commando's waren er dan ook maar weinig en communicatie des te meer. Het leek wel alsof hij ook alles verstond en begreep van wat wij zeiden. Je kon op het laatst ook geen synoniem meer bedenken voor wandelen of hij stond al te dansen. Best lastig wanneer je alleen nog maar aan het afspreken was, of wanneer iemand per ongeluk zei dat hij naar buiten gaat. Ook daar waren wel weer woorden voor hoor. Wanneer je dan zei dat je boodschappen ging doen, dan zakte dat nietige staartje direct weer naar beneden en werd je zelf genegeerd. Maar zelden is het niet gelukt te achterhalen wat hij wilde. Of er nu een doorntakje tussen zijn haren zat of dat er een drolletje in was blijven hangen, hij wist het vrij snel duidelijk te maken op zijn eigen speciale manier. Was hij moe van het wandelen, dan tikte hij even met zijn neus tegen je kuiten aan en moest het tempo wat lager. Allemaal kleine dingen die in de loop der jaren zijn uitgebouwd tot een uitgebreide vorm van communicatie en contact. Een wisselwerking die alleen tot stand heeft kunnen komen door wederzijdse liefde. Hij kon ook erg eigenzinnig zijn. Was hij afgescheept met een kort blokje om of had hij te lang geen aandacht gekregen, dan kneep hij er gewoon tussenuit om pas terug te komen wanneer hem dat uitkwam. Maar andersom, toen er door omstandigheden lange tijd alleen gewandeld kon worden met om de paar honderd meter een pauze op een viskrukje, dan kwam hij iedere keer rechtsomkeert terug om samen te wachten tot de ander weer verder kon. Hoezo een klein hondje niet serieus kunnen nemen?

Hij heeft bij velen het gevoel achtergelaten dat hij alleen maar liefde gaf, terwijl achteraf best geconcludeerd mag worden dat hij eenieder ook om zijn vingers wond. Hij heeft precies geleefd zoals hij dat wilde en toch was hij verre van verwend. Hij verstond gewoon de kunst om anderen van hem te laten houden.

Je kon gewoon niet anders.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now